Economische leefomstandigheden
In dit deel over de economische leefomstandigheden kun je meer lezen over
- de hoogte van de inkomens van Dominicanen (en over werkloosheid, contrasten tussen arm en rijk en sociale zekerheid,)
- de corruptie die overal in het land aanwezig is
- de gevolgen die dit alles heeft voor de bevolking.
Inkomen
Officieel bestaat er een stelsel van minimumlonen in het land. De hoogte is enigszins afhankelijk van de sector waarin gewerkt wordt en bedraagt zo’n 3500 tot 4500 pesos per maand (2006). Dit komt neer op ongeveer € 90 tot € 110. Het gemiddelde prijsniveau in de supermarkten doet echter niet onder voor onze Nederlandse prijzen. Veel artikelen zijn zelfs duurder dan bij ons.
Volgens de Dominicaanse Centrale bank is voor een leven op niveau van bestaansminimum ongeveer 2,5 keer dit minimumloon nodig. En hoewel een minimuminkomen volgens de wet bestaat, werkt een zeer grote categorie werknemers voor minder. Velen moeten het met hooguit 2500 pesos in de maand doen, vooral in de wat minder formeel georganiseerde sectoren van het bedrijfsleven zoals bouw, transport, agrarische sector. Bovendien: minstens 20 tot 25% van de Dominicanen in de arbeidzame leeftijd heeft helemaal geen vast inkomen (voor zover ‘vast’ vast is).
Men probeert in leven te blijven middels een straathandeltje. Of men verhuurt zichzelf als losse arbeidskracht en is doorlopend op zoek naar een schaars klusje. Haïtianen doen, als ze al werk hebben, het zwaarst denkbare werk, meestal op suikerrietvelden of in de bouw, vaak onder onmenselijke omstandigheden. Ze verdienen een schijntje, niet meer dan € 30 in de maand.
Schoenpoetsertjes hebben een klusje
De contrasten tussen arm en rijk zijn enorm. De D.R. staat zeer hoog op een lijst die hierover wordt bijgehouden door de VN. Een kleine elite van politici en zakenmensen maakt de dienst uit en beschikt over het overgrote deel van de economische middelen. Het geld wordt omgezet in een overdaad aan luxe en verdwijnt grotendeels naar meer betrouwbare buitenlandse bankrekeningen. De flinke economische groei van de laatste jaren (gemiddeld zo’n 6%) komt bijna geheel aan hen ten goede. En niet aan de bevolking, zo constateert de VN.
Veel banen en baantjes worden vergeven en verkregen via familie, via de politieke partij of via vriendjes. Een goede baan bij de overheid is zeer gewild want dit levert talloze extra’s op. Door dit systeem van verdeling van beschikbare arbeid worden contrasten tussen arm en rijk in stand gehouden.
De situatie zou nog veel somberder zijn als niet zoveel Dominicanen familieleden in de Verenigde Staten en Europa zouden hebben. Zij steunen hun familie in de DR. Een groot deel van de eigen huizen in het land is gefinancierd via familie die elders leeft. Dit geldt ook voor veel kleine ondernemingen en eenmansbedrijfjes. Voor wie geen aanspreekbaar familielid in het buitenland heeft, zijn er minder kansen.
Het stelsel van sociale voorzieningen is zeer beperkt. Weinig mensen kunnen terugvallen op een pensioenvoorziening, een werkloosheidsverzekering of een ziektekostenverzekering. Dit soort voorzieningen zijn er eigenlijk alleen voor de mensen die een redelijk vast inkomen hebben bij een groter bedrijf of bij de overheid, een beperkt deel van de beroepsbevolking die in het algemeen toch al bij de beter betaalden behoort. De rest moet gewoon niet ziek worden, niet zonder werk komen te zitten en doorwerken tot het niet langer gaat.
De meest sterken en de ritselaars overleven het best. En als het leven anders uitpakt dan moet het vangnet van de familie in werking treden. Niet voor niets is in dit land de familie heilig. En mensen met een sterk sociaal netwerk, kunnen hier in geval van calamiteiten soms een beroep op doen. Zo worden er vaak geldinzamelingen gehouden onder collega’s of bekenden van iemand die dringend een operatie moet ondergaan. Iemand die niet over zo’n netwerk beschikt, heeft pech.
De familie is heilig in dit land
Corruptie
De economie van het land, de politiek en veel maatschappelijke sectoren, zoals leger, politie, douane en bankwezen worden in behoorlijke mate gekleurd door corruptie. Zelfverrijking en omkoping door politici en ambtenaren horen bij het dagelijks leven. Ze worden, zolang het de ‘kleine man’ is die op deze wijze iets extra’s binnenhaalt, met een knipoog bekeken.
De corruptie bij de overheid en in de hogere maatschappelijke sectoren heeft grote gevolgen. In de kranten worden dagelijks nieuwe schandalen onthuld. Gelukkig, die blijven er tenminste over schrijven. Kranten bevatten bijna dagelijks cartoons over de nieuwste schandalen, kwade commentaren en boze brieven. Het haalt alleen niets uit.
Politici genieten vele extra’s. Met, naast een riante toelage (tot ongeveer 30 tot 50 keer het minimumloon), pensioenen voor het leven, een gratis ‘P.C.Hooft-trekker’, diplomatieke paspoorten voor de hele familie, het recht om onbelemmerd artikelen belastingvrij uit het buitenland in te voeren en talloze snoepreizen voor het hele gezin. Dit nog afgezien van talloze extraatjes die voor de familie te regelen zijn, vaak van dubieus gehalte. Veel politici en hogere ambtenaren hebben om zich heen een aantal fictieve banen gecreëerd ten behoeve van naaste familieleden. Ze worden botello’s, flessen, genoemd. De banen bestaan alleen op papier maar worden riant betaald. Veel (hogere) ambtenaren hebben naast hun eigenlijke baan andere (dubieuze) functies waaruit ze extra inkomen genereren.
Het land kent ongeveer 3500 non-gouvernementele organisaties (ONG’s) die zijn opgezet door politici. Ze worden dik gesubsidieerd met belastinggeld. Ook hier verdienen familieleden van de politicus een goede boterham. Dergelijke ONG’s komen in de regel niet verder dan het produceren van een mooie brochure met goede voornemens.
Een politieke baan is, begrijpelijk, zeer geliefd. De politieke strijd om de landelijke en plaatselijke vertegenwoordigingen is dan ook fel. Veel politici generen zich er niet voor om van partij te veranderen als dat hun kans op een zetel vergroot. Er wordt veel (overheids)geld in verkiezingscampagnes gestoken en stemmen worden er vaak op dubieuze wijze mee gekocht. Schaamteloze beloftes die nooit (kunnen) worden waargemaakt moeten kiezers over de streep halen zodat Jan de Kandidaat zijn zetel krijgt. En vervolgens zijn eigen koninkrijkje kan gaan runnen.
Verkiezingen in aantocht:
de politicus, “je vriend voor
altijd”.
Ook de corruptie in de bankenwereld is berucht. Regelmatig blijken topfiguren bij de grotere banken grootschalig te frauderen. Vaak verdwijnt men vervolgens naar het buitenland en de processen die worden gevoerd om de fraudeurs veroordeeld te krijgen, komen zelden tot een afronding.
Zeer berucht werd de fraude die gepleegd werd door de top van Baninter in 2003 – 2004. Baninter was één van de grootste banken van het land en is aan deze fraude failliet is gegaan. Zeer veel Dominicanen verloren zo hun spaargeld. Het land zakte in korte tijd weg in een diepe economische crisis.
Veel geld, op welke wijze dan ook verkregen, wordt op buitenlandse rekeningen gezet vanwege deze historie met de banken in eigen land. Dit geld wordt dus niet in de economie geïnvesteerd.
Gevolgen
Veel toeristen die in de resorts verblijven hebben er nauwelijks weet van, maar de armoede is overal om de hoek: krottenwijken, zwervende kinderen, nauwelijks begaanbare wegen, analfabetisme, kinderprostitutie, geen medicijnen, geen hulpmiddelen voor gehandicapte kinderen.
Veel Dominicanen proberen de armoede te ontvluchten door illegaal de oversteek over zee te maken naar Puerto Rico (bestuurd door de VS). Ze doen dit meestal middels z.g. yola’s (kleine open bootjes). De golfstroom is erg gevaarlijk en het gebeurt regelmatig dat de bootjes (met bemanning) vergaan.
Yola’s worden gebruikt om via Puerto Rico
aan de armoede te ontsnappen
De scherpe contrasten tussen arm en rijk, de overal zichtbare zelfverrijking van een kleine gesloten bovenlaag, de toebedeling van de interessante banen aan familie en vrienden en dus niet op basis van kwaliteiten, laten hun sporen na als het gaat om mentaliteit en toekomstverwachting van de Dominicanen. Het leidt enerzijds tot grote ergernis en verontwaardiging, veel gesprekken ‘op straat’ gaan erover. De constatering is dat je een lage moraal moet hebben om in dit land wat te bereiken. Anderzijds draagt het zo ook bij aan een grote mate van apathie als het gaat om eigen toekomst-verwachtingen. Veel dominicanen groeien op met de gedachte dat een hoger welvaartsniveau voor hen niet is weggelegd. Dus waarom zou men zich inzetten voor bijvoorbeeld een studie die veel inzet vraagt. Eén van de kernproblemen van dit land: De kwaliteit van het onderwijs is slecht en de motivatie om hard te studeren is laag.
Momenteel wordt getracht om met steun van de Wereldbank en onder toezicht van het IMF het land weer wat op de been te helpen. Onder de huidige (2006) regering heeft de waarde van de Dominicaanse peso zich behoorlijk hersteld. Maar nog steeds verdwijnt een groot deel van het overheidsgeld zonder dat het ten goede komt aan het land. Daarom is telkens weer extra geld nodig en worden nieuwe belastingmaatregelen genomen. Deze pakken echter vooral uit in het nadeel van de armen omdat vooral directe belastingen (op levensmiddelen en basale gebruiksartikelen) worden verhoogd.
